Spring naar hoofd-inhoud

Veel voorkomende vragen

In onze dagelijkse praktijk krijgen we vaak dezelfde soort vragen van ondernemers. Sommige vragen zijn eenvoudig te beantwoorden. Andere vragen zijn lastiger te beantwoorden. Vaak hangt het antwoord af van de feitelijke situatie die op de onderneming van toepassing is. Op deze pagina zullen veel van je vragen beantwoord worden. 

Jouw vragen beantwoord

De financiële administratie van jouw onderneming houden we niet bij voor de lol. Nee, naast het feit dat de wet jouw onderneming verplicht tot het bijhouden van een financiële administratie, is de financiële administratie in de eerste plaats bedoeld om jou, de ondernemer, te voorzien van informatie.

Welke financiële verplichtingen zijn er? Van welke verkoopfacturen moeten er nog betalingen worden ontvangen? Om jou als ondernemer zo goed mogelijk van informatie te kunnen voorzien is het noodzakelijk om financiële documenten zo snel en volledig mogelijk aan te leveren. De kwaliteit en kwantiteit van de input bepaalt de kwaliteit van de informatie die uit de financiële administratie rolt. Lever je inkoop- en verkoopfacturen dus zo spoedig mogelijk aan.   

Iedere ondernemer een onderneming drijft in de vorm van een eenmanszaak, VOF (Maatschap), of als ZZP'er krijgt te maken met de inkomstenbelasting. De inkomstenbelasting wordt één keer per jaar aangegeven over de winst over het jaar van de onderneming. De winst bestaat uit de inkomsten minus de kosten voor het jaar. Je betaalt dus niet inkomstenbelasting over het geld dat je aan de onderneming onttrekt.

Naast de inkomstenbelasting heeft een groot deel van de ondernemers te maken met de omzetbelasting. In de volksmond wordt de omzetbelasting ook wel 'BTW' (Belasting Toegevoegde Waarde) genoemd. Of je ondernemer bent voor de omzetbelasting hangt of van de goederen of diensten die je levert. Ook het tarief dat je heft, hangt af van de goederen of diensten die je levert. Welke goederen en diensten zijn vrijgesteld van BTW is te lezen in artikel 11 van de Wet op de Inkomstenbelasting 1968.

Het gros van de ondernemers moet elke kwartaal aangifte omzetbelasting doen. Je doet aangifte over alle inkoop- en verkoopfacturen die gedateerd zijn binnen dat kwartaal ongeacht of de inkoopfactuur betaald is of de betaling van de verkoopfactuur ontvangen is. Aangifte en betaling van de aangifte doe je voor het eind van de volgende maand.

   

Je mag alleen je zakelijke kosten aftrekken. Privé-uitgaven zijn niet aftrekbaar.

Van de opbrengsten mag je de zakelijke kosten aftrekken. Dit zijn kosten die je maakt voor de zakelijke belangen van uw onderneming. Zakelijke kosten zijn dus de kosten die binnen redelijke grenzen nodig zijn voor de uitoefening van jouw onderneming en de kosten die rechtstreeks op uw onderneming betrekking hebben. Alle andere kosten zijn niet aftrekbaar.

Zakelijke kosten zijn bijvoorbeeld:

  • adviezen over de levensvatbaarheid van de onderneming
  • inschrijving in het handelsregister
  • huur van bedrijfsruimte
  • briefpapier en ander correspondentiemateriaal
  • inrichting van een kantoor of werkplaats
  • onderhoudskosten
  • verzekeringen
  • reiskosten met het openbaar vervoer

Zakelijke kosten kun je helemaal aftrekken van uw opbrengsten. Sommige kosten hebben zowel een zakelijk als een persoonlijk karakter. Van deze gemengde kosten is alleen het zakelijke deel aftrekbaar.

Bij de beoordeling van de vraag of kosten aftrekbaar zijn, let de belastingdienst op het motief waarmee je kosten hebt gemaakt. Als duidelijk is dat je de kosten volledig hebt gemaakt voor de zakelijke belangen van uw onderneming, accepteert de belastingdienst de kosten als aftrekpost.

Je bent als ondernemer vrij om te bepalen welke kosten je voor de onderneming maakt en hoeveel. De belastingdienst bemoeit zich daar gewoonlijk niet mee. Alleen als jouw kosten vergeleken met de zakelijke belangen erg hoog zijn, kan de belastingdienst ingrijpen: de belastindienst mag toetsen of er een redelijke verhouding is.

Niet aftrekbaar zijn kosten en lasten die verband houden met de volgende posten:

  1. het voeren van een zekere staat. Het gaat hierbij om kosten die niet zozeer verband houden met de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de onderneming, maar om de persoonlijke behoeftes van jou als ondernemer.
  2. vaartuigen die worden gebruikt voor representatieve doeleinden. Dit is niet van toepassing wanneer de onderneming direct is gericht op het vervaardigen of het verhandelen van vaartuigen die worden gebruikt voor representatieve doeleinden, dan wel op het verrichten van diensten in verband met die vaartuigen en die vaartuigen respectievelijk diensten deel uitmaken van de omzet.
  3. Nederlandse en buitenlandse geldboeten opgelegd door een strafrechter en geldsommen betaald aan een staat of een onderdeel daarvan ter voorkoming van strafvervolging.
  4. misdrijven ter zake waarvan de belastingplichtige door een Nederlandse strafrechter bij onherroepelijke uitspraak is veroordeeld, daaronder begrepen de misdrijven die zijn betrokken bij de bepaling van de hoogte van de opgelegde straf en ter zake waarvan het Openbaar Ministerie heeft verklaard te zullen afzien van vervolging.
  5. misdrijven ter zake waarvan de straf onherroepelijk is geworden.
  6. wapens en munitie, tenzij ter zake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing is verleend volgens de ‘Wet wapens en munitie’.
  7. dieren die krachtens een onherroepelijke bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregel in verband met agressie niet mogen worden gehouden.
  8. giften, beloften of diensten indien blijkt dat sprake is van een strafbaar feit.
  9. opgelegde Nederlandse en buitenlandse dwangsommen.

A.      Niet aftrekbaar zijn kosten die verband houden met een werkruimte, de inrichting begrepen, ten behoeve van de belastingplichtige zelf in zijn niet tot zijn ondernemingsvermogen behorende woning, tenzij de werkruimte een zelfstandig gedeelte van de woning vormt en:

A1. ingeval belastingplichtige tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, belastingplichtige het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden hoofdzakelijk in de werkruimte in die woning verwerft, of

A2. ingeval belastingplichtige niet tevens een werkruimte buiten die woning ter beschikking heeft, belastingplichtige het gezamenlijke bedrag van zijn winst uit een of meer ondernemingen, belastbaar loon en belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte in die woning verwerft en in belangrijke mate in de werkruimte in die woning verwerft.

B.   Niet aftrekbaar zijnkosten ten behoeve van de belastingplichtige zelf die verband houden met de volgende posten:

  1. telefoonabonnementen met betrekking tot telefoonaansluitingen in zijn woonruimte.

  2. literatuur, met uitzondering van vakliteratuur.

  3. kleding, met uitzondering van werkkleding.

  4. persoonlijke verzorging.

  5. inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet.

  6. reizen en verblijf in verband met cursussen en opleidingen voor studie en beroep, alsmede in verband met congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke als deze meer bedragen dan €1.500.

 

C.      Niet aftrekbaar zijn kosten die verband houden met tot het privé-vermogen van de belastingplichtige behorende of door belastingplichtige in privé gehuurde muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschappen, computers en andere dergelijke apparatuur, alsmede beeldapparatuur.

 

De aftrekbaarheid van eten en drinken omzetbelasting en inkomstenbelasting zijn verschillend omdat je te maken hebt met twee verschillende belastingwetten.

1. Omzetbelasting

 

De aftrekbaarheid van omzetbelasting is afhankelijk van de situatie. Is het voor eigen gebruik? Is het voor het personeel? Waar wordt gegeten en gedronken?

Omzetbelasting: eten en drinken eigen gebruik

De kosten die een ondernemer voor zichzelf maakt door bijvoorbeeld eten in de supermarkt te kopen, zijn privékosten. De omzetbelasting op eten en drinken is dan niet aftrekbaar.

Omzetbelasting: eten en drinken in horecagelegenheid

Betaalde omzetbelasting voor eten en drinken voor het personeel, zakenrelatie of voor de ondernemer zelf is niet aftrekbaar wanneer gegeten en gedronken wordt in een horecagelegenheid. Daarvan is sprake als de spijzen en dranken ter plaatse worden gebruikt in een hotel, pension, café, restaurant of aanverwant bedrijf door personen die daar voor een korte periode verblijf houden.

Omzetbelasting: eten en drinken voor het personeel

Als een cateraar het eten en drinken verzorgt bij een gelegenheid voor het personeel (nieuwjaarsreceptie, jubileumfeest) in een ruimte die daarvoor speciaal is ingericht, zoals een partytent of een afgehuurde ruimte, dan is de omzetbelasting niet aftrekbaar.

Als sprake is van een bedrijfskantine in eigen beheer, is de omzetbelasting op eten en drinken wél aftrekbaar als de hoogte van de vergoeding die het personeel voor het eten en drinken betaalt zodanig hoog is, dat er geen sprake is van een bevoordeling van het personeel.

Als u eten laat bezorgen of afhaalt en gratis of tegen te lage vergoeding aan het personeel verstrekt, dan is de omzetbelasting aftrekbaar, maar dient de bevoordeling te worden gecorrigeerd.

Omzetbelasting: horecabedrijf

De omzetbelasting op de inkoop van ingrediënten door een horecabedrijf is aftrekbaar als voorbelasting. Dit als het horecabedrijf deze goederen in zijn onderneming gebruikt voor het tegen betaling uitserveren van maaltijden en drank.

 

2. Inkomstenbelasting

 

In de inkomstenbelasting zijn er regels voor zakelijke uitgaven. Zakelijke uitgaven zijn de uitgaven gedaan met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming. Uitgaven gedaan vanuit privébedoelingen zijn niet aftrekbaar van de winst.

Als de uitgaven voor voedsel en drank zijn gedaan met het oog op zakelijke belangen van de onderneming, komen deze uitgaven in aftrek op de winst. Er gelden echter wettelijke aftrekbeperkingen waarmee je bij de bepaling van de fiscale winst uit onderneming rekening moet houden. Voor uitgaven voor eten en drinken geldt een wettelijke aftrekbeperking.

Bij de toepassing van de aftrekbeperking is er een keuze uit twee mogelijkheden:

  1. Een aftrek van 80% toepassen. Voor ondernemingen die vallen onder de vennootschapsbelasting bedraagt de aftrek 73,5%.
  2. Een bedrag van € 4.700 (2021) bij de winst tellen en alle kosten in aftrek brengen.
Fiets van de zaak: hoe werkt het?

Een fiets van de zaak maakt het mogelijk om een (elektrische) fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer. De ondernemer/werknemer hoeft dan niet zelf een fiets te kopen. De fiets van de zaak mag fiscaal gezien onbeperkt privé gebruiken. Dus ook voor een fietstochtje, de boodschappen of het wegbrengen van de kinderen.

Wat kost een fiets van de zaak?

De ondernemer/werkgever betaalt de fiets en meestal ook de kosten voor onderhoud en reparatie. Wel krijgt de ondernemer/werknemer te maken met een bijtelling bij het inkomen. Uiteindelijk betaalt de ondernemer/werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.

Hoe werkt de bijtelling?

Als je een fiets van de zaak privé gebruikt, heb je daar voordeel van. Over de waarde van dit voordeel (de bijtelling) betaalt de ondernemer/werkgever inkomstenbelasting/loonbelasting. De bijtelling is 7% over de aanschafprijs en accessoires (inclusief btw) per jaar. De ondernemer/werkgever telt dit bedrag op bij het inkomen. Hierover betaalt de ondernemer/werknemer belasting.